| President Medvedev erkent Palestijnse Staat opnieuw |
|
|
|
| vrijdag, 21 januari 2011 00:00 |
|
1. De actualiteit AMSTERDAM - De Russische president Dmitri Medvedev heeft vandaag tijdens een bezoek aan de Westelijke Jordaanoever gezegd dat de Sovjet-Unie al in 1988 de Palestijnse Staat heeft erkend, en dat het standpunt van Moskou sindsdien niet is veranderd. Op een persconferentie in Jericho zei de Palestijnse president Mahmoud Abbas: 'Wij herinneren ons dat Rusland in 1988 een van de eerste staten ter wereld was die de Palestijnse Staat erkende'. Daarop reageerde Medvedev: 'Rusland heeft zijn beslissing al lang geleden gemaakt. We steunden het onvervreemdbare recht van het Palestijnse volk op een onafhankelijke staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad, en zullen dat blijven doen.'
Bron: Volkskrant
2. Wat zegt de bijbel over Jeruzalem?
Jeruzalem is een centrale plaats geworden waar de hele wereld zich op richt. Veel wereldleiders hebben zich met de vrede in deze stad mee gemoeid en Arabische landen en toch is het nog niet gelukt.
Jeruzalem, de ondeelbare hoofdstad volgens de bijbel
Jeruzalem is de ondeelbare stad van de levende God (psalm 132:13). Jeruzalem heeft vele hoogte- en dieptepunten in zijn bestaan gekend. Jeruzalem is dikwijls verwoest, maar is altijd weer herbouwd. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen’ (Zacharia 12:2-3).
Alle landen krijgen met Jeruzalem te maken. Men denkt dat het conflict in Jeruzalem is op te lossen, en iedereen begint zich ermee te bemoeien. Maar zodra ze de steen, Jeruzalem, optillen, vertillen ze zich met alle gevolgen van dien. Al de wereldleiders maken een fout als ze denken dat ze het conflict in Israël zomaar kunnen oplossen met diplomatieke besprekingen, want Jeruzalem is niet een stad van een mens. Het is de stad van de levende God. Hij heeft Jeruzalem uitgekozen als Zijn stad, Zijn woning.
Laten we nog even kijken naar het gesprek tussen God en Abraham: ‘En Abraham zeide tot God: Och, mocht Ismaël voor uw aangezicht leven! Maar God zeide: Neen, maar uw vrouw Sara zal u een zoon baren, en gij zult hem Izaäk noemen, en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond, voor zijn nageslacht. En wat Ismaël betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen. Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Izaäk, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal’ (Genesis 17:18-21). God Zelf heeft gesproken. Als God eenmaal gesproken heeft, kun je dat als mens niet zomaar veranderen, hoe graag je dat ook wilt. God heeft een groot volk van Israël gemaakt, begonnen bij Abraham, Isaäk en Jakob. Uit Ismaël zijn de Arabieren gekomen, ook een groot volk zoals God beloofd had.
We zien vandaag dat de strijd tussen de Palestijnen (Arabieren/ Islamieten) en de Israëlieten. Jeruzalem kun je dus niet zomaar opdelen tussen deze twee broers, wat men vandaag uit alle macht probeert te doen. Jeruzalem is de ondeelbare stad van de levende God Zelf. Deze stad heeft God gegeven aan Abraham, Izaäk en Jakob en zijn nageslacht. God heeft het hun als een eeuwigdurend bezit gegeven, ook vandaag. Er is vandaag niets veranderd aan dat wat God gesproken heeft. Bron: http://www.maasbach.com
3. Wat vertellen de oude profeten ons?
Jeruzalem is dus de stad van God. Wat gaat er verder mee gebeuren wanneer de volkeren optrekken naar Jeruzalem? Zacharia 14 vertelt dit: 1 Er komt een dag dat de HEER zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld. 2 Ik zal alle volken samenbrengen – zegt de HEER – om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid. 3 Daarna zal de HEER uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer. 4 Die dag zal hij zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem. De Olijfberg zal in tweeën splijten: de ene helft glijdt weg naar het noorden en de andere naar het zuiden, zodat er een breed dal ontstaat van oost naar west. Jullie zullen wegvluchten, het dal in tussen die twee bergketens die zullen reiken tot aan Asel, zoals jullie ook gevlucht zijn bij de aardbeving in de tijd dat koning Uzzia regeerde over Juda. En de HEER, mijn God, zal verschijnen met al de zijnen. 6 Op die dag zal er geen licht zijn; de hemellichamen verliezen hun glans. 7 Op die ene dag, die alleen de HEER kent, zal er geen onderscheid zijn tussen dag en nacht. Pas tegen het vallen van de avond zal er weer licht gloren. 8 Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem zuiver water ontspringen: de ene helft zal in het oosten in zee uitmonden en de andere helft in het westen, zowel in de zomer als in de winter. 9 En de HEER zal koning worden over de hele aarde.
Wanneer de volken zullen samenkomen naar Jerzualem is de wederkomst van de Heer nabij, dan zal ieder oog Hem zien. |
| Laatst aangepast op donderdag, 20 januari 2011 23:26 |






